HET RODE VAANDEL VOLGEN WIJ

Turijn, gisteren drie jaar geleden. We kwamen vanaf de Via Giuseppe Garibaldi (de langste aangesloten winkelstraat van Europa), om via de roemruchte Via Po naar de Po te wandelen. Tot zover de toeristische informatie. Hoe dichter we bij het Piazza Castello raakten (vlakbij het café waar Mart Smeets de winter daarvoor zijn gasten treiterde), hoe drukker het begon te worden.
We hoorden gezang, we zagen agenten, een menigte scandeerde leuzen. Eerst dachten we aan een demonstratie pro of contra Berlusconi, maar toen we beter luisterden naar de liederen, begrepen we de schoonheid van deze demonstratie.
Een mevrouw speldde mijn dochter een rode roos op haar trui, mijn zoon klom als een volleerde AJC-er in een lantaarnpaal en zo keken we naar een voorbijtrekkende karavaan met banieren en vlaggen van trotse socialisten en communisten.
Waar de Dag van de Arbeid in Nederland door iedereen is vergeten, zijn hier de oude vormen en gedachten nog springlevend. Een jaar of dertien geleden mocht ik voorlezen op een 1 mei-viering in Rotterdam, vlak voor Wim Kok zou speechen. Er was door de PvdA verordonneert dat men de bijeenkomst niet zou ontsieren met strijdliederen en ander rudimentair socialistisch gewauwel. Halverwege mijn lezing vroeg ik aan de bejaarde slaafgeborenen of ze het geen schande vonden dat de Internationale zo werd verkwanseld, waarna de conservatieve zaal in een progressief gezang uitbarstte. Mijn kinderen schaamden zich, maar mede om die bejaarden heb ik die middag namens de afdeling Nederland keihard meegebruld.
(Verscheen eerder in het Algemeen Dagblad)
DAN TOCH MAAR

De afgelopen weken zijn we gestenigd met honderden opiniepeilingen, doodgegooid met krantenberichtenwaarin stond hoe onbetrouwbaar deze zijn (slechte methodologie, warrige statistische criteria, weinig respondenten, grove foutmarges, zetelverschuivingen), en gestikt in de politici die ongunstige peilingen minzaam glimlachend afdoen als gewoon een dagkoers. En vandaag dan eindelijk de Moeder Aller Dagkoersen.
Mijn vader zei vroeger dat als hij iets vond, statistisch gezien minimaal 168.000 Nederlanders dit vonden. Ik weet niet of deze gedachte van hem zelf was of dat hij iemand napraatte. ‘Niemand is uniek’, zei mijn vader. ‘Wanneer ik mij erger aan een of andere druktemaker op tv, weet ik dat ten minste 168.000 kijkers zich ergeren aan die kolerelijer.’
Lees meer>





