STILLE BEGEERTE

Hier lig ik dan, in het afgelegen Schoorl, in een luxe hotelkamer, in een hemelbed, in wat ik maar noem mijn eigen Lost In Translation-moment.
Ooit betrapte ik mijn vrouw in bed met de acteur Bill Murray. De blonde Scarlett Johansson was er ook bij: gedrieën bevonden ze zich op een hotelkamer in Tokio. Mijn vrouw was getuige van een hartstochtelijk moment tussen Murray en Johansson, die samen op een enorm matras lagen en een gesprek voerden over hun wederzijdse huwelijken en de zwaarheid van het leven in het algemeen. Twee eenzame zielen in een ver weerbarstig land.
Lees meer>
VLEESPRODUCTEN
Study: Children Exposed To Pornography May Expect Sex To Be Enjoyable
Het is met kinderen altijd aangenaam praten over liefde en seksualiteit. Vanmiddag voerde ik met die van mij een ontwapenend gesprek over vakantieliefde, nadat we hadden gekeken naar de Canadese puberfilm Meatballs (1979), het debuut van acteur Bill Murray.
Meatballs is de eerste film waarvoor ik een gevoel koesterde dat in de buurt kwam van ‘verliefdheid’. Als veertienjarige heb ik hem zeker acht keer gezien (derderangs, voor ƒ 3,50). Wilde mafkees Tripper Harrison, gespeeld door Murray, gaf op luidruchtige wijze leiding aan het al even gestoorde North Star, een kamp waar kinderen een zomer lang door hun ouders werden gedumpt. De kinderen en hun begeleiders beleefden avonturen, speelden spelletjes en er ontstonden de onvermijdelijke vakantieliefdes. Kortom, een kamp waar ik als beginnende puber graag bij had willen horen.
Lees meer>
HORRORSCENARIO
Iemand op de radio had het over een horrorscenario. Het onderwerp was Noord-Korea, the country we love to hate. Nooit een saai moment met berichten uit de laatst overgebleven echt communistische heilstaat. China is zo langzamerhand het meest kapitalistische land ter wereld, Cuba flirt openlijk met de VS, maar in Noord-Korea zijn de rijen nog stevig gesloten en volgt men het rode vaandel vastberaden.
Drie weken geleden lanceerde het land een ‘experimentele communicatiesatelliet’, zogenaamd om de inwoners van het land in alle uithoeken van hun imperium een betere radio-ontvangst te bieden, zodat zij nog intensiever kunnen luisteren naar revolutionaire liederen. In werkelijk bleek het te gaan om een langeafstandsraket. Japan boos, Amerika boos, iedereen boos, maar gelukkig stortte de raket – als vanouds - voortijdig in de oceaan.
Vervolgens verscheen de Noord-Koreaanse Geliefde Leider Kim Jong-Il in het openbaar, na maanden van afwezigheid. Als een uitgemergeld koalabeertje zat hij het parlement voor. A gremlin from hell. Zonder zich van de wereld iets aan te trekken stuurde Kim inspecteurs van het Internationale Atoomagentschap zijn land uit en hervatte hij de productie van plutonium, bedoeld voor nucleaire wapens. Dit doet vermoeden dat we de komende jaren nog veel gezellige momenten met Noord-Korea en het Machtige Volksleger gaan beleven.
De Nederlandse documentairemaker Pieter Fleury, bekend van zijn bekroonde film over Ramses Shaffy, maakte in 2005 een bijzondere documentaire over het land: Noord-Korea, een dag uit het leven.
Een Koreaans gezin werd tijdens één werkdag gevolgd. In een interview op het bonusmateriaal van de DVD legt de filmmaker uit dat hij zich stoorde aan de ‘monolithische propaganda van de Westerse pers hoe slecht dat land wel niet is’. Fleury wilde laten zien dat Noord-Koreanen geen ‘robotachtige mensen zijn die op geen enkele manier een vrije wil hebben en geen individueel geluk kunnen voelen’.
Of hij in deze opzet is geslaagd moet ieder voor zichzelf maar uitmaken. Voor wie houdt van totalitaire regimes en dictators in pyjama’s is Een dag uit het leven verplichte kost. Echte horror was bijvoorbeeld de scène waarin werknemers van een textielfabriek in een vergadering publiekelijk verantwoording aflegden over de uitgevallen elektriciteit en hun fouten. ‘Ik ben niet goed genoeg,’ zei het hoofd Apparatuur tegen al haar collega’s.
Nog benauwder werd ik van de beelden van kinderen. Noord-Koreaanse peutertjes leren vrolijke kinderliedjes over Amerikaanse monsters die moeten worden uitgeroeid, grappige teddyberen dragen iets minder grappige antitankwapens, en het gooien van sneeuwballen is volgens Noord-Koreaanse ouders een goede voorbereiding op het werpen van handgranaten. Spiegelscène in een horrorscenario: het begint met sneeuwballen en eindigt met een atoombom.
(de Volkskrant, 23 april 2009)
RARE SPELLETJES
Afgelopen dinsdag was Alex van Warmerdam te gast bij DWDD voor een even ongemakkelijk als absurd gesprek. Er mocht niet over de plot van zijn nieuwe film De laatste dagen van Emma Blank worden gepraat, een afspraak waaraan Matthijs van Nieuwkerk zich monter hield. Tot ongenoegen van de regisseur toonde hij wel een trailer en een scène waarin gretig was gehakt. De wetten van tv: het kan niet kort en onbenullig genoeg. ‘Ik héb het al gemonteerd, dat kunnen jullie toch niet beter?’ riep Van Warmerdam. Natuurlijk was hij liever niet op de plebsbuis verschenen, maar zondag gaat de film in première en dat behoeft nu eenmaal aandacht.
De laatste dagen van Emma Blank is – volgens Van Warmerdam – geen dramafilm, maar een komedie. Een komedie waar bepaald niet vaak om gelachen kan worden, dat is dan wel weer grappig. De film gaat over een zieke vrouw (‘Adolf Hitler in een jurk’ volgens Van Warmerdam) die in een landhuis bij de duinen wacht op haar dood. Zij wordt bijgestaan door haar personeel, en ik durf hier te verklappen dat er rare agressieve spelletjes worden gespeeld.
Omdat ik geen zin heb in de toorn van Van Warmerdam zal ook ik niets van de plot prijsgeven, maar de setting van de film deed me denken aan Funny Games (1997) van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke (vorig jaar verscheen een sterke Amerikaanse remake, met Naomi Watts en de ultieme creep-acteur Michael Pitt). Funny Games is een van de luguberste films denkbaar, over wat mensen elkaar kunnen aandoen.
![]()
Funny Games U.S.
Naomi Watts
Een vrolijk echtpaar met een jonge zoon en een labrador trekt zich terug in een buitenhuis aan het water. Plotseling staan er twee in vlekkeloze tenniskleding gestoken kakkineuze jongens op het erf. Of ze even vier eieren mogen lenen. Oeps... een van de jongens laat de eieren op de grond vallen. Beleefd vraagt hij om nog vier eieren, die hij – oeps – weer uit zijn handen laat keilen. De andere jongen is ondertussen met een golfstick de hond aan het doodslaan, maar dat weet op dat moment nog niemand. Ik zal de plot verder niet onthullen... want er is eigenlijk geen plot.
Michael Haneke zei in interviews dat hij zijn kijkers medeverantwoordelijk wil maken voor het hedendaagse geweld. ‘I try to give back to violence that what it truly is: pain, injury to another.’
Of dat ook de opzet van Van Warmerdam (‘ik vind wreedheid erg geestig’) was weet ik niet, maar ik durf hier wel te onthullen dat hij een lugubere film heeft gemaakt. Pardon, een lugubere komedie.

Creep-acteur Michael Pitt
EEN BOODSCHAP VAN LIEFDE

Mijn vrouw en oudste zoon gingen vorige week naar de film Oorlogswinter. Bij terugkomst vertrouwde mijn zoon me al in de hal toe: ‘Mamma moest weer huilen.’ Mijn vrouw knikte bevestigend, bijna verlekkerd. ‘Ik zei dat het allemaal gespeeld is, hoor,’ zei mijn zoon. ‘Het zijn gewoon acteurs.’
Ik hoorde de stem van mijn vader, die de mijne is. Ook ik ben niet van de snotterige (behalve misschien vroeger, toen ik nog dronken uit het café kwam en voor het slapen gaan een EO-nachtfilm opzapte over bijvoorbeeld een man met een gezwel in zijn hoofd die nog één keer de marathon wilde rennen en aangemoedigd door zijn echtgenote en kinderen – in slow motion – strompelend de eindstreep haalde).
Ik kom hierop omdat ik mezelf vorige week zondag huilend terugvond voor de televisie. Wachtend op Studio Sport zocht ik op buitenlandse tv-zenders naar voetbal. Bij het ZDF-programma Mona Lisa begon net een reportage over het twaalfjarige Palestijnse jongetje Ahmed Khatib, die in 2005 in de bezette Westelijke Jordaanoever had gespeeld met een plastic speelgoedgeweertje.
Een Israëlische soldaat had Ahmeds wapen aangezien voor een echte kalasjnikov en de knul in zijn hoofd geschoten. Er kwam een ambulance en de jongen werd naar een ziekenhuis in de Israëlische plaats Haifa gescheurd. Hij bleek niet meer te redden. Een Israelische arts praatte lang in op Ahmeds vader Ismael, een intifada-strijder van het eerste uur. In andere ziekenhuizen liggen kinderen ook te vechten voor hun leven, legde de arts uit. Of Ismael erover wilde nadenken om het hart, de nieren en andere organen van zijn stervende zoon af te staan voor donortransplantatie. Niemand verwachtte dat de vader toestemming zou geven. Maar hij deed het. Zes Israëlische kinderen werden van de dood gered.
Vandaag gaat in Duitse bioscopen de film Das Herz von Jenin draaien, een Duitse documentaire die Ismael volgt als hij twee jaar na het overlijden van zijn zoon naar Israël komt om de door Ahmed geredde kinderen te ontmoeten. Vier van hen zijn nog in leven. Ik heb de film niet gezien, maar de fragmenten bij ZDF waren genoeg om onbedaarlijk vol te schieten. Het hart van Ahmed klopt verder in het lichaam van een inmiddels levenslustig orthodox-joods meisje. Haar moeder zei tegen Ismael vol deernis: ‘Ik wil tegen Achmeds moeder zeggen dat ook ik een zoon heb verloren.’
Das Herz von Jenin gaat over verdriet en hoop, over dankbaarheid en wantrouwen, over een boodschap van liefde en de onschuld van kinderen. Je zou er een reis naar Duitsland voor boeken.
Toen mijn zoon even later aanschoof voor Studio Sport had ik mijn wangen alweer gedroogd. Hij begreep niet waarom ik hem probeerde te omhelzen.
(Verscheen in de Volkskrant, 7 mei 2009)
NEUK ONS
Er waait een opgewonden bries door mijn kennissenkring: de roman Wij van het Vlaamse schrijversduo Elvis Peeters en Nicole Van Bael. Eindelijk weer eens een boek dat felle discussies ontlokt over opgroeiende jeugd, toenemend geweld, invloed van de media en de betekenis van kunst. NRC vond het boek ‘misselijkmakend’, maar de Volkskrant en Het Parool gaven het 5 sterren. De Morgen sprak zelfs van ‘de beste Vlaamse roman van 2009’.??
Opvallend, want Wij is geen psychologisch verantwoorde veilige literatureluur, maar een zeer expliciete roman met vele extreme scènes. Een groep van acht jongens en meisjes zoekt uit verveling de grenzen van het toelaatbare. Er worden heftige seksuele experimenten gedaan en geweldsdelicten gepleegd, zonder enig schuldgevoel. Zo stellen de meisjes van de groep zich op bij een viaduct om hun opengesperde geslachtsdelen te tonen aan voorbijrazende automobilisten, waarna hun vriendjes de fatale ongelukken filmen die dit tot gevolg heeft, filmpjes die uiteraard op YouTube komen.??
Wij is een even broeierig als afgemeten sprookje over de amorele ‘jeugd van tegenwoordig’, die het eeuwig fout doet en zich niet houdt aan de normen van opvoeders. Opvallend is ook dat de meisjes zich even verdorven gedragen als de jongens.??
Mij deed de roman denken aan de Franse film Baise moi (2000) van de vrouwelijke filmmakers Virginie Despentes en Coralie Trinh Thi. Net als Wij is deze film een felrealistisch sprookje, een angstbeeld, de verbeelding van het archetype van de onaangepaste jeugd.??Ook Baise moi gaat over seks en geweld, waarbij het perspectief voor de verandering eens niet ligt bij opgefokte mannelijke standjes (die we al zo vaak zien in films), maar bij twee meisjes genaamd Nadine en Manu. Personages die, als ze tien jaar later in Vlaanderen waren geboren, zo hadden gepast in de roman van Elvis Peeters.??
Net als Thelma en Louise - uit de gelijknamige roadmovie - vluchten zij moordend door het land, maar waar de Amerikaanse vrouwen weldegelijk schuldgevoel en empathie hebben, putten Nadine en Manu juist plezier uit het toedienen van geweld. Ze kicken erop mensen overhoop te schieten; hoe zinlozer de aanleiding, hoe beter. Daarnaast zijn ze geobsedeerd door seks, en dan geen liefdeserotiek, maar het gevoelloze hamerwerk.??
De maaksters hebben ervoor gekozen dit geneuk expliciet in beeld te brengen, wat de film het predicaat pornografisch opleverde, hoewel de rauwe parade bonkende geslachtsdelen niet bepaald lustopwekkend uitpakte. Wat de erecties en opengesperde vulva’s wel deden: afleiden. Als kijker verloor ik mijn aandacht voor de eventuele boodschap en de moraal van het moraalloze, omdat ik toch gefascineerd was door de zich blootgevende acteurs.??
Wat dat betreft heeft literatuur het makkelijker. Het expliciete van Wij verbeeldt de realiteit kernachtiger dan vergelijkbare scènes uit een vergelijkbare film. Maar... oordeelt u vooral zelf.
DE SCHOONHEID VAN GEWELD

Wat is de aantrekkingskracht, ja zelfs de schoonheid van geweld? Afgelopen zaterdag precies 75 jaar geleden werden een zwaar bewapende man en vrouw door de politie in een hinderlaag gelokt, in de buurt van de Highway 154 en de Interstate 20, richting Gibsland, Louisiana. Het paar had een lange criminele strooptocht achter de rug, waarbij vele banken en winkels werden beroofd, en veertien mensen vermoord.
De man en vrouw waren vaker in vuurgevechten verzeild geraakt, maar steeds waren ze de dans ontsprongen. Voor de zekerheid vuurden zes agenten welgeteld 187 kogels af op hun gestolen Ford V-8. De inzittenden, Bonnie Parker en Clyde Barrow, waren op slag dood.
Al tijdens hun leven was er een Bonnie and Clyde-industrie op gang gekomen. Zelf verspreidde het duo aan de gretige media foto’s en gedichten over hun geweldstocht door het land. Na hun dood steeg hun populariteit ongekend. Recentelijk verschenen er meerdere boeken (onder andere een die hun legendarische tocht bekijkt in het licht van de huidige recessie), er zijn zeker drie lopende theaterproducties (twee musicals en een oral history), het paar is bezongen in tientallen liedjes en in juli beginnen de opnamen van een nieuwe verfilming genaamd The Story of Bonnie and Clyde (verschijnt in 2010).
Eergisteren werd het jaarlijkse tweedaagse Bonnie and Clyde Festival gehouden, ter nagedachtenis aan de gebeurtenis uit 1934. Meer dan vijfduizend mensen kwamen naarr Gibsland om te kijken naar acteurs die de aanslag naspeelden, en te luisteren naar de discussies van historici (‘was Bonnie zwanger?’). Spil in het festival was het speciale Bonnie and Clyde Ambush Museum, waar de daadwerkelijke wapens van het echtpaar staan opgesteld, naast een auto die in 1967 gebruikt is in de toenmalige verfilming van het verhaal.
‘Deze video is mogelijk niet geschikt voor minderjarigen’, waarschuwt YouTube bij de slotscène uit die klassieker. De acteurs Warren Beatty en Faye Dunaway knabbelen samen van een appeltje, waarna ze nietsvermoedend een bevriende boer langs de weg zien staan. Beatty stapt uit, maakt een praatje, en dan begint het. In de verte komt er een auto aan, een zwerm vogels vliegt op vanuit de bosjes.
De toeschouwers zien het verraad op het gezicht van de boer, maar Warren en Faye kijken glimlachend op naar het gefladder. Als de boer zich verstopt onder zijn wagen, begrijpt het duo wat er gaat gebeuren. Ze proberen in elkaars armen te sterven, maar tevergeefs. Vlak voor het verzengende vuur losbarst, kijkt Faye haar minnaar nog één keer aan: een blik vol mededogen, berusting en liefde. De schoonheid van geweld.
Helaas, dat was film. In het echt zat Clyde met zijn vuile sokken aan achter het stuur en had Bonnie een boterham in haar mond, voordat ze werden kapotgeknald.
(de Volkskrant, 20 mei)
LEVEN IN VERGETELHEID

In een gesprek viel de filmtitel Living in Oblivion, en ik hoorde mezelf zeggen dat dat een waanzinnig goede film is. ‘Wijs en humorvol, licht en toch zwaar,’ zei ik, met het gezag van iemand die columns schrijft over cinema.
Na afloop van het gesprek vroeg ik me af wat ik me van de film eigenlijk kon herinneren, behalve dat ik er blijkbaar ooit zo van had genoten. Een roman als Rayuela van Julio Cortázar behoort tot de beste boeken die ik heb gelezen, al is me welbeschouwd geen personage, woord of scène bijgebleven. In vroeger tijden at ik eens bij kok Cas Spijkers, een spectaculaire ervaring, hoewel de gerechten allemaal zijn weggezakt in mijn geheugen. Van veel geweldige boeken, films en maaltijden herinner ik me in feite alleen de geweldige herinnering. Het is de vraag of dit normaal is of dat ik mezelf kan beschouwen als een gevalletje neurologische degeneratie.
Krampachtig probeerde ik daarom op te diepen waar Living in Oblivion over ging. De Amerikaanse independent film, die halverwege de jaren negentig werd geschoten, is een satirische low budget productie over het maken van een low budget productie. Nu is het vaak bilspierknijpend als dichters besluiten te dichten over dichten, schilders schilderen over schilderen of filmers filmen over filmen, maar ik herinner me niet dat de makers van Living in Oblivion in deze eigenpijperige val waren getrapt. Integendeel.
Steve Buscimi speelde een regisseur die wanhopig leiding gaf aan een chaotische cameraploeg en een paar acteurs, van wie er een de status had van Brat Pitt. Er werd een spel gespeeld van daadwerkelijke scènes uit de film en de momenten voor en na de opnamen, en er was ook nog iets met een liefdesgeschiedenis. Althans, dat is me bijgebleven.
Zo herinnerd heeft Living in Oblivion veel weg van Robert Jan Westdijks recente speelfilm Het echte leven (2008), die vorig jaar het Nederlands Filmfestival opende. Ook die komedie gaat over een regisseur, een filmset en hoe ‘het echte liefdesleven’ de opnamen van de film komt binnengesijpeld.
Beide films moeten zijn geïnspireerd zijn door het heftige meeslepende psychologische experiment genaamd ‘de filmset’. Als er iets is dat ik me van Living in Oblivion herinner is het de sfeer rond het schieten van een film; de spanning, het wachten, de ruzies, de saamhorigheid.
Er was maar één manier om te toetsen of ik mijn gedachten over Living in Oblivion strookten met mijn bewering dat de productie waanzinnig goed is: hem nog een keer bekijken (met als risico dat hij zwaar tegenviel). Laat ik het zo zeggen: over een jaar of vijftien mag ik probleemloos beweren dat Living in Oblivion een lekkere, vette, zwartvrolijke film is over het maken van films, al hoop ik dat ik me er tegen die tijd meer van zal herinneren.
DE HARDE REALITEIT

Scene uit Gomorra
Als er weer eens in een film iemand wordt doodgeschoten of toegetakeld dan hoor ik mezelf regelmatig tegen mijn meekijkende kinderen zeggen: ‘Het is maar gespeeld, hoor, het is allemaal niet echt.’
Soms schijnt de realiteit echter te meedogenloos door het spel van de acteurs heen. Vorige week zag ik Gomorra, de kogelharde verfilming van het spraakmakende anti-maffiaboek van de Italiaanse journalist Roberto Saviona (1979). De schrijver is inmiddels ondergedoken, uit angst voor represailles van de Camorra, de Napolitaanse georganiseerde misdaad. Saviona’s boek gaat over de bloederige wurggreep waarin godfathers en corrupte politici de bevolking van Zuid-Italië houden (het boek verscheen in 42 talen en verkocht meer dan 3 miljoen exemplaren).
Lees meer>
WERELDLEED MET EEN VEER IN JE REET

Afgelopen zaterdag zond de Vlaamse zender EEN Schindler’s list (1993) uit, een film die ik al die jaren heb weten te vermijden, uit een vooroordeel dat Hollywood en Holocaust elkaar niet goed verdragen. Oscars, commercie en Auschwitz gaan voor het gevoel niet samen. ‘Wereldleed met een veer in je reet’ noemde Robert Long dat. Hoewel het einde van de film inderdaad Hollywoodse trekken had, moet ik bekennen dat Schindler’s list als geheel indrukwekkend was, met vele moedeloosmakend treurige scènes.
Na afloop moest ik denken aan de actrice Kate Winslet, die een paar maanden terug een Oscar won voor haar hoofdrol in The Reader (2008), na al vijf keer bot te hebben gevangen. Winslet kwam huilend het podium van het Kodak Theatre op gestrompeld. Compleet ontredderd zocht ze in de zaal haar vader, waarna ze alle mensen die ze ooit in haar leven had ontmoet bedankte voor hun onvoorwaardelijke steun.
Dit onaangename staaltje overdrijfspel kwam niet oprecht over, een gevoel dat werd versterkt door het eerste seizoen van de hilarische serie Extra’s (uit 2005). In deze BBC-serie is acteur Ricky Gervais een figurant op filmsets met echte wereldsterren. Zo speelde in een van de afleveringen Kate Winslet een non die zich met een groep onderduikers verschuilt in de gewelven van een kerk, om hen te behoeden voor de treinen naar Auschwitz.

Tussen de bedrijven complimenteert Gervais’ personage Andy Millman de actrice met haar inzet voor de film: ‘Het is echt prijzenswaardig dat je je naam leent om de Holocaust levend te houden.’
Kate Winslets personage Kate Winslet kijkt hem hierop geringschattend aan. ‘O, denk maar niet dat ik het daarvoor doe. Hebben we werkelijk nóg een film over de Holocaust nodig? Hoeveel zijn er al? Oké, we begrijpen het: het was akelig, maar zet je erover heen. Nee, ik doe het omdat een film over de Holocaust gegarandeerd een Oscar oplevert. Schindler’s bloody list. The Pianist. Oscars komen hun reet uit.’
Een even cynische, sarcastische als voorspellende uitspraak, want in de rol die Winslet dit jaar eindelijk een Oscar opleverde speelde ze een analfabete SS-kampbewaakster die driehonderd uit Auschwitz geëvacueerde Jodinnen levend liet verbranden in een dorpskerk. Na de oorlog werd zij door andere kampbewaaksters aangewezen als hoofdschuldige, omdat zij een rapport zou hebben opgesteld. Deze beschuldiging had het personage van Winslet eenvoudig kunnen weerleggen door erop te wijzen dat zij kon schrijven noch lezen, maar deze schande was voor haar groter dan de schande verantwoordelijk te zijn voor een lugubere massamoord.
Uiteindelijk leerde de vrouw lezen in de gevangenis en schonk ze na haar dood – even mijn zakdoek pakken - haar schamele bezittingen aan een Joodse stichting tegen analfabetisme. Kortom, een geheide Hollywoodse prijswinnaar. Wereldleed met een veer in je reet. Pijnlijker had Kate bloody Winslet het niet kunnen demonstreren.

AUTEUR

Foto: Michael Braamberg
Mijn laatste filmcolumn in de Volkskrant van afgelopen donderdag:
Hopelijk staat u mij toe dat ik in mijn laatste bijdrage aan deze rubriek heb gekozen voor iets persoonlijks. Als locatiescout van mijn eigen leven vond ik voor het decor het Utrechtse Wilhelminapark, en als tegenspeler castte ik regisseur Robert Jan Westdijk, bekend van het internationaal gelauwerde Zusje (1995) en de veelbesproken film Het echte leven (2008).
Maar eerst een bekentenis. Met het jeugdige arrogante dat solipsistische schrijvers eigen is heb ik lange tijd een voor buitenstaanders waarschijnlijk benauwend wereldbeeld gehad: in mijn optiek waren er ‘boeken’ en daarnaast was er ‘al het andere’.
Andere kunstuitingen dan literatuur heb ik diep in mijn hart nooit bijzonder serieus kunnen nemen. De ontroering die sommige muziek geeft gaat zeer diep, al blijft het een woordloze, bijna dierlijke emotie. Schilderkunst kan heel kunstig zijn, maar de plaatjes bieden mij slechts kortstondige bevrediging, net als fotografie en strips. Architectuur blijft gebruikskunst, en over keramiek wil ik het al helemaal niet hebben. Ook mis ik het gen om me ten volle te geven aan toneel, mime of dans. Mijn probleem met film was lange tijd dat ik niet begreep hoe ‘een allerindividueelste expressie’ kon worden vormgegeven door een productieploeg van een mannetje of tachtig.
En toen zag ik, gelokt door een affiche waarin een meisje een lepel op haar neus droeg, de film Zusje van debutant Westdijk (1965). En daarna nog eens. En nog drie keer. Nooit was ik zo gegrepen door een film als door deze verbeelding van de grootsteedse levensperikelen van jongvolwassenen. Zusje was onstuimig, persoonlijk, vernieuwend en experimenteel, zonder pretentieus te zijn - zoals bijvoorbeeld het werk van de Deense Dogma-broertjes, die een jaar na Zusje met hun suffe regeltjes de internationale filmwereld bestookten.
Lees meer>






