terug naar het weblog > 26 augustus 2010

BUIK

 

Het volgende speelde zich af in het Normandische boerderijtjeshuis van mijn schoonouders, waar mijn gezin en ik afgelopen zomer vakantie vierden. Mijn kinderen speelden met de paarden in de wei en ik pufte uit van de deadline van mijn nieuwe roman genaamd IJsland (als ik de mij hier beschikbaar gestelde kostbare ruimte had willen spenderen aan zoiets ordinairs als het maken van reclame, zou ik schaamteloos melden dat het boek op 7 november aanstaande verschijnt). In voorbereiding op deze roman ben ik vorig jaar afgereisd naar IJsland om research te doen over de indrukwekkend natuur en het bruisende Reykjavikse nachtleven. 

Wat mij opviel: dat inteelt niet altijd verkeerd hoeft uit te pakken bewees het gemiddelde uiterlijk van de IJslandse vrouwen, die of helblond of pikzwart haar hadden, maar allemaal leken op het geslaagde zusje van Björk. Opvallend was ook dat er in het nachtleven veel meer vrouwtjes-IJslanders rondliepen dan mannetjes.

 

Een IJslands meisje vertelde mijn gezelschap (van uitsluitend mannen) dat Reykjavik een mannentekort heeft omdat veel mannen op zee varen of doordeweeks op honderden kilometers van de hoofdstad werken. Daarom gedragen de vrouwen zich bij het uitgaan zoals mannen doen in steden waar geen vrouwenoverschot is. Vrouwen zijn in Reykjavik de versierders, de macha’s, de jagers. Dat hadden mijn gezelschap en ik ook al door, maar aanvankelijk dachten we dat het aan ons lag. Bleek dus helemaal niet aan ons te liggen, er waren gewoon te weinig kerels.

Ik kom hierop vanwege een gesprek dat mijn vrouw en ik voerden met ons driejarig zoontje. Hij had van onze oudste twee (van twaalf en tien) gehoord dat hij ooit in de buik van zijn moeder heeft gezeten, een gegeven dat hem fascineerde. Bewonderend keek hij naar de buik van mijn vrouw. En zijn oudere broer, kwam die dan uit de buik van pappa?

‘Aan de omvang van pappa’s buik te oordelen wel,’ zei mijn vrouw. Ik vertelde onze jongste dat zijn broer weldegelijk ook ooit uit mama’s buik was gekomen, net als zijn zus. Mijn jongste zoon deed of hij het begreep. ‘En bij wie heeft mama in de buik gezeten?’ vroeg ik. Mijn zoontje dacht na en vroeg: ‘Bij jou?’

 

‘Nee, bij oma Rieke!’ vertelde ik. O ja! Mijn zoon deed of hij het eindelijk begreep.

‘En uit welke buik kom ik?’ vroeg ik. Hij wist nu met stelligheid het antwoord. ‘Uit de buik van opa Theun!’ riep hij, met wie hij mijn schoonvader bedoelde. We legden hem geduldig uit dat baby’s altijd uit de buik van een vrouw komen en nooit uit de buik van een man.

Nu klopt dit voor alle ruim vijfduizend zoogdiersoorten op aarde, inclusief de ruim tweehonderd primaatsoorten. Maar er zijn ook een paar dieren waar het net andersom gaat, waar de mannetjes hun kroost in hun buik dragen, en de vrouwtjes zich gedragen als de IJslandse vrouwen in het Reykjavikse nachtleven.

Neem bijvoorbeeld Panamese gifpijlkikkers, mormoonkrekels of zeepaardjes. Bij die laatste soort komen de mannetjes een paar keer per jaar bij elkaar voor een imposante wedstrijd synchroonzwemmen. De vrouwtjeszeepaarden kijken toe, pikken er vervolgens een mannetje uit, dansen wulps voor hem, penetreren hierna zijn buik en spuiten eieren in een speciale broedholte. Het mannetje trekt zich dan terug om in alle rust zijn nageslacht te baren (bij sommige zeepaardjes, zoals naaldvissen, bevechten de vrouwtjes elkaar hevig wie welk mannetje mag bevruchten).

Terug naar de weide voor onze vakantieboerderij. Op een gegeven moment begonnen mijn oudste twee opgewonden te roepen dat in het veld een hengst een merrie besteeg. We keken toe hoe de enorme gifpijl van het paard moeiteloos schoof in de mormoonkrekel van zijn vrouwtje. ‘Nu krijgt zij een veulentje,’ vertelde mijn dochter aan onze jongste. ‘Ja,’ wist hij, ‘in zijn buik.’

 

Column in Kijk