LANGE FRANS
Vanavond ontmoette ik bij een etentje (voor vierhonderd man) rapper Lange Frans. Een jaar of vijf geleden schreef ik voor het Algemeen Dagblad een column genaamd 'Lange Frans':
We zitten met het hele gezin in de auto op weg naar het Letterkundig Museum in Den Haag, dé plek voor jonge en oude lezers. Op radio 1 een item over oorlogspropagandafilms, waaraan het naderende IDFA-festival extra aandacht besteedt.
We horen een opgefokt stemmetje fulmineren tegen het Amerikaans-Joodse grootkapitaal. Op de achterbank vraagt mijn zoontje: ‘Is dit Adolf Hitler?’
Mijn zoon is zeven jaar en heeft een fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog (hij bladert in mijn oorlogsbibliotheek en in Normandië wil hij naar oorlogsmusea). Ik vind het nogal een prestatie dat een knulletje al zo’n historisch besef heeft. Dan vraagt hij nogal abrupt wat ‘concentralieskampen’ zijn.
‘Concentratiekampen,’ verbetert mijn vriendin, waarna ze mij aankijkt. Belangrijk moment.
Wat gaan we hem vertellen?
De wereld simplistisch invullen in de kampen Goed & Kwaad is voor een zevenjarige tot daaraantoe, maar is hij niet te jong om geconfronteert te worden met humane verschrikkingen van zulke omvang? We besluiten van wel.
‘Dat vertellen we je als wat groter bent,’ zegt mijn vriendin. Later die middag krijgt mijn zoon een rondleiding door het Letterkundig Museum.
‘Wat vond je het mooist?’ vraagt een mevrouw als we bij de uitgang staan.
‘Dat over Lange Frans,’ zegt mijn zoon.
‘Lange Frans?’ vraagt de vrouw verbaasd.
‘Ja, dat meisje dat in de oorlog werd meegenomen door de Duitsers.’





